ECLI:NL:PHR:2002:AE1088
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt toewijzing schadevergoeding na verkeersongeval met langdurige arbeidsongeschiktheid
Op 25 november 1986 raakte verweerder betrokken bij een verkeersongeval veroorzaakt door een verzekerde van Avéro. Verweerder liep letsel aan zijn rechtervoet op, waardoor hij zijn geplande dienstverband niet kon voortzetten en arbeidsongeschikt raakte. Aanvankelijk ontving hij een Ziektewetuitkering, gevolgd door een WAO-uitkering met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 35-45%. Na meerdere procedures stelde de rechtbank in 1992 vast dat verweerder mogelijk inkomensschade had geleden die niet was vergoed door Avéro.
De procedure kende meerdere fasen, waarbij het hof in 1999 oordeelde dat het volledige medische en zaaksdossier van het GAK noodzakelijk was voor beoordeling. Verweerder leverde een selectie van documenten aan, wat Avéro betwistte. Het hof achtte de overgelegde stukken echter voldoende en wees de vordering toe tot een bedrag van ƒ 249.990,50 plus rente. Avéro stelde cassatie in tegen dit arrest.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof terecht had geoordeeld dat het ontbreken van het volledige dossier niet tot afwijzing van de vordering leidde, omdat de beschikbare stukken een redelijk compleet beeld boden. Tevens bevestigde de Hoge Raad de vaste jurisprudentie dat bij uitblijven van herstel, ook door persoonlijke omstandigheden, de schade in beginsel aan de dader moet worden toegerekend, tenzij bijzondere omstandigheden worden aangetoond, wat hier niet het geval was. Het cassatiemiddel werd verworpen en Avéro werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de toewijzing van een schadevergoeding aan verweerder wegens inkomensschade na het verkeersongeval.