ECLI:NL:PHR:2002:AD9887
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid bezwaar navorderingsaanslag wegens ontbreken motivering ondanks uitstel
De zaak betreft een navorderingsaanslag inkomstenbelasting over 1989 met een verhoging wegens ernstige fiscale ondernemersfraude, waarbij omzet bewust buiten de administratie werd gehouden en zwarte lonen werden betaald. De belanghebbende, directeur en enig aandeelhouder van X B.V., diende een pro-forma bezwaarschrift in zonder inhoudelijke motivering.
Ondanks herhaald uitstel en het ter beschikking stellen van het FIOD-proces-verbaal met bijlagen, werd het bezwaarschrift niet nader gemotiveerd. Het Hof verklaarde de belanghebbende daarom niet-ontvankelijk in het bezwaar, een beslissing die door de Hoge Raad werd bevestigd. De Hoge Raad oordeelde dat de Inspecteur een discretionaire bevoegdheid heeft om niet-ontvankelijkheid uit te spreken bij het ontbreken van een motivering, en dat dit niet in strijd is met artikel 6 EVRM Pro.
De Hoge Raad verwees naar eerdere vergelijkbare zaken en benadrukte dat de strafrechtelijke veroordeling voor dezelfde feiten het karakter van het fiscale geding veranderde, waardoor het niet langer als een criminal charge in de zin van artikel 6 EVRM Pro kon worden beschouwd. Hierdoor was er geen verplichting tot verdere uitstel voor motivering totdat de strafrechter uitspraak deed.
De conclusie luidde dat het ontbreken van een gemotiveerd bezwaarschrift, ondanks ruime gelegenheid en uitstel, terecht leidde tot niet-ontvankelijkheid van het bezwaar.
Uitkomst: Het bezwaarschrift werd niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van motivering ondanks herhaald uitstel.