ECLI:NL:PHR:2002:AD9282
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Bestuurdersaansprakelijkheid wegens kennelijk onbehoorlijk bestuur en niet-naleving boekhoud- en publicatieplicht
De zaak betreft de aansprakelijkheid van een bestuurder van B.E.B. Trading B.V. wegens kennelijk onbehoorlijk bestuur. De curator stelde dat de bestuurder in strijd met de boekhoudplicht (art. 2:10 BW Pro) en de publicatieplicht (art. 2:394 BW Pro) heeft gehandeld, wat een belangrijke oorzaak was van het faillissement van de vennootschap.
De rechtbank oordeelde dat de bestuurder niet had voldaan aan zijn verplichtingen, dat er geen behoorlijk bijgehouden boekhouding was en dat de jaarstukken niet tijdig waren gedeponeerd. Dit leidde tot de conclusie dat sprake was van kennelijk onbehoorlijk bestuur. De bestuurder voerde aan dat een dramatische omzetdaling het gevolg was van onrechtmatig handelen van een derde partij, maar slaagde er niet in dit aannemelijk te maken.
Het hof bekrachtigde het vonnis en verwierp het bewijsaanbod van de bestuurder om getuigen te horen over omzetgegevens van andere vennootschappen, omdat deze niet relevant waren voor de omzet van Trading B.V. De Hoge Raad bevestigt dat het niet voldoen aan de boekhoud- en publicatieplicht het vermoeden van onbehoorlijk bestuur en de belangrijke oorzaak van het faillissement met zich meebrengt, en dat het bewijsaanbod van de bestuurder onvoldoende was om dit vermoeden te weerleggen.
Het cassatieberoep wordt verworpen, waarmee de aansprakelijkheid van de bestuurder voor de schulden van de failliete vennootschap blijft bestaan.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de bestuurder wordt verworpen en zijn aansprakelijkheid wegens kennelijk onbehoorlijk bestuur blijft gehandhaafd.