ECLI:NL:PHR:2002:AD6100
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rechtsgeldigheid ontslag directeur Bank van de Nederlandse Antillen
De zaak betreft het ontslag van een directeur van de Bank van de Nederlandse Antillen, waarbij de vraag centraal stond of het ontslagbesluit van de Gouverneur tevens de arbeidsovereenkomst beëindigt. De eiser was directeur en stelde dat zijn arbeidsovereenkomst nog voortduurde, terwijl de Bank stelde dat het ontslagbesluit de arbeidsovereenkomst onmiddellijk beëindigde conform het arbeidsreglement.
Het Hof had geoordeeld dat het ontslagbesluit als rechtsgeldige opzegging van de arbeidsovereenkomst kon worden aangemerkt, en dat het reglement een ontbindende voorwaarde bevatte die geoorloofd was. De Hoge Raad bevestigt deze uitleg en stelt dat het ontslagbesluit van de Gouverneur zowel de hoedanigheid van directeur als de arbeidsovereenkomst beëindigt.
De Hoge Raad bespreekt uitgebreid de uitleg van artikel 18 van Pro het Centrale Bankstatuut en het arbeidsreglement, en concludeert dat de ontbindende voorwaarde in het reglement niet onrechtmatig is, mede gezien de beperkte ontslagbescherming van directieleden bij publiekrechtelijke instellingen. Ook wordt geoordeeld dat het Hof niet buiten de grenzen van de rechtsstrijd is getreden door deze uitleg te hanteren.
De klacht dat het ontslagbesluit later zou zijn ingetrokken wordt verworpen omdat dit in hoger beroep niet opnieuw is betoogd. De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt daarmee de beëindiging van de arbeidsovereenkomst per het ontslagbesluit.
Uitkomst: Het ontslagbesluit van de Gouverneur beëindigt rechtsgeldig de arbeidsovereenkomst van de directeur met de Bank.