ECLI:NL:HR:2002:AD6100
Hoge Raad
- Cassatie
- G.G. van Erp Taalman Kip-Nieuwenkamp
- C.H.M. Jansen
- H.A.M. Aaftink
- O. de Savornin Lohman
- A. Hammerstein
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rechtsgeldigheid ontslag directielid Bank van de Nederlandse Antillen
De zaak betreft een geschil tussen een beleidsmedewerker, later financieel-economisch directeur van de Bank van de Nederlandse Antillen, en de Bank over de rechtsgeldigheid van zijn ontslag en de voortzetting van het dienstverband. De eiser vorderde dat het dienstverband nog steeds voortduurt en dat de Bank salaris en emolumenten blijft betalen totdat het dienstverband rechtsgeldig wordt beëindigd. Het Gerecht in eerste aanleg wees de vordering toe, maar het Gemeenschappelijk Hof van Justitie vernietigde dit vonnis en wees de vordering af.
De Hoge Raad bevestigde het oordeel van het Hof dat het ontslag bij landsbesluit door de Gouverneur rechtsgeldig is en dat dit ontslag tevens de arbeidsovereenkomst beëindigt. Het Hof had geoordeeld dat het Reglement Arbeidsvoorwaarden directie Bank, waarin is bepaald dat het dienstverband onmiddellijk eindigt bij ontslag door landsbesluit, niet in strijd is met het Nederlandse ontslagrecht en dat het gesloten stelsel van ontslagregels niet op ontoelaatbare wijze wordt doorkruist.
De Hoge Raad verwierp de klachten van de eiser over de uitleg van het Reglement en de toepassing van het ontslagrecht. Ook de stelling dat het ontslagbesluit was ingetrokken werd verworpen, omdat voor intrekking eveneens een besluit van de Gouverneur nodig is en dit niet was gebeurd. De Hoge Raad bevestigde dat het ontslagbesluit rechtsgeldig is genomen en dat het dienstverband daarmee is geëindigd.
De Hoge Raad wees het cassatieberoep af en veroordeelde de eiser in de kosten van het geding in cassatie.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het ontslag van eiser bij landsbesluit is rechtsgeldig, waarmee het dienstverband is geëindigd.