ECLI:NL:PHR:2002:AD5579
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt geldigheid noodregeling vervoersverbod klassieke varkenspest en verworpen beroep op ontoegankelijke bekendmaking
In deze strafzaak werd verzoekster veroordeeld voor het overtreden van een vervoersverbod op grond van de Herbevolkingsregeling klassieke varkenspest 1997, uitgevaardigd krachtens de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren. Verzoekster voerde onder meer aan dat de regeling onverbindend was wegens strijd met Europese richtlijnen en dat zij niet op de hoogte kon zijn van het vervoersverbod omdat de bekendmaking niet op toegankelijke wijze had plaatsgevonden.
De Hoge Raad oordeelde dat de richtlijnen geen belemmering vormen voor de nationale noodregeling en dat de wijziging van de regeling op 15 mei 1998 op gebruikelijke wijze aan de media was bekendgemaakt, onder meer via teletekst. De regeling trad onmiddellijk in werking op grond van artikel 31 Gezondheids Pro- en welzijnswet voor dieren, dat in noodgevallen afwijkende bekendmaking toestaat, ook via radio en televisie.
Verder stelde de Hoge Raad vast dat verzoekster werkzaam was in een branche waarin de noodregeling bekend was en dat zij zich op de hoogte had kunnen stellen van de maatregelen. Het beroep op verontschuldigbare dwaling faalde omdat verzoekster niet aannemelijk had gemaakt dat zij handelde op onjuiste aanwijzingen van ambtenaren. De middelen van cassatie werden verworpen en de bestreden uitspraak bleef in stand.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling van verzoekster wegens overtreding van het vervoersverbod klassieke varkenspest.