ECLI:NL:PHR:2002:AD4939
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over faillietverklaring en achtergestelde lening als steunvordering
In deze cassatieprocedure staat centraal of het hof terecht het faillissement van verzoekster heeft uitgesproken, waarbij de vereiste pluraliteit van schuldeisers en de toestand van het hebben opgehouden te betalen aan de orde zijn. Verweerder had verzoekster aangeklaagd voor betaling van een koopprijs voor aandelen, waarbij een deel was betaald en een restvordering bestond. Deze vordering werd door verzoekster betwist en zij stelde dat de schuld aan aandeelhouders een achtergestelde lening betrof.
De rechtbank wees het faillissementsverzoek af omdat niet summierlijk van het vorderingsrecht van verweerder was gebleken, maar het hof vernietigde deze beschikking en sprak het faillissement uit. Het hof oordeelde dat de schuld aan de aandeelhouder als steunvordering kon worden aangemerkt en dat verzoekster in de toestand verkeerde dat zij had opgehouden te betalen.
De Hoge Raad stelt dat het hof onvoldoende heeft gemotiveerd op welke feiten en omstandigheden het oordeel steunt dat verzoekster in de toestand verkeert dat zij heeft opgehouden te betalen, en dat de motivering niet voldoet aan de wettelijke eisen. Ook is onvoldoende toegelicht waarom de achtergestelde lening als steunvordering kan dienen. Het cassatiemiddel wordt gegrond verklaard, het arrest vernietigd en de zaak verwezen voor hernieuwde behandeling.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering en de zaak wordt verwezen voor hernieuwde behandeling.