ECLI:NL:PHR:2001:ZD2853
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt veroordeling verdachte voor doodslag met belemmering ademhaling
De verdachte werd door het Gerechtshof Amsterdam veroordeeld voor doodslag op het slachtoffer, gepleegd in juli 1998 te Amsterdam. Het hof stelde vast dat de verdachte het slachtoffer opzettelijk van het leven heeft beroofd door de ademhaling te belemmeren, wat tot verstikking en overlijden leidde. Hoewel het hof vrijsprak van specifieke wijzen van belemmering zoals het gebruik van een stiletto of het plaatsen van het slachtoffer in een vuilcontainer, bleef de kern van de tenlastelegging overeind.
De verdediging voerde onder meer aan dat het fysiek onmogelijk was het slachtoffer in een rolcontainer te plaatsen en dat de verdachte niet verantwoordelijk kon zijn voor het vervoer van het lichaam. Deze verweren werden door het hof weerlegd met verklaringen van ooggetuigen en DNA-sporen die het bloed van het slachtoffer op de container bevestigden.
Daarnaast werd de motivering van het hof inzake de oplegging van de maatregel van terbeschikkingstelling met verpleging aangevochten. Het hof baseerde zich op deskundigenrapporten die de starheid van de persoonlijkheid van verdachte en zijn beperkte behandelbaarheid benadrukten, maar ook op de mogelijkheid dat hij na veroordeling meer toegankelijk zou zijn voor behandeling. De Hoge Raad achtte deze motivering niet onbegrijpelijk.
Het cassatieberoep werd verworpen, waarmee het vonnis van tien jaar gevangenisstraf en terbeschikkingstelling met verpleging gehandhaafd bleef.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de veroordeling van verdachte voor doodslag met oplegging van tien jaar gevangenisstraf en terbeschikkingstelling met verpleging.