ECLI:NL:HR:2001:ZD2853
Hoge Raad
- Cassatie
- C.J.G. Bleichrodt
- F.H. Koster
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt veroordeling voor doodslag met TBS-maatregel
De zaak betreft een cassatieberoep tegen het arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 30 juni 2000, waarin verdachte werd veroordeeld voor doodslag op het slachtoffer in juli 1998. De tenlastelegging betrof het opzettelijk belemmeren van de ademhaling van het slachtoffer, wat leidde tot verstikking en overlijden.
Het hof had het vonnis van de rechtbank vernietigd en veroordeelde verdachte tot tien jaar gevangenisstraf met terbeschikkingstelling en bevel tot verpleging van overheidswege. De verdediging stelde onder meer dat het hof de grondslag van de tenlastelegging had verlaten en dat dit in strijd was met het recht op een eerlijk proces volgens art. 6 EVRM Pro en art. 14 IVBPR Pro.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof de tenlastelegging niet onbegrijpelijk had uitgelegd en dat het hof zonder de grondslag te verlaten de bewezenverklaring had kunnen beperken tot het belemmeren van de ademhaling in algemene zin. De overige middelen van cassatie werden verworpen, waaronder het middel tegen de motivering van de TBS-maatregel. De Hoge Raad bevestigde dat de maatregel passend was gelet op de geestelijke stoornis van verdachte en de veiligheid van de samenleving.
Het cassatieberoep werd verworpen, waarmee het arrest van het hof Amsterdam in stand bleef.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling van verdachte voor doodslag tot tien jaar gevangenisstraf met TBS-maatregel.