ECLI:NL:PHR:2001:ZD2851
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt strafoplegging wegens overschrijding redelijke termijn en bevestigt bewezenverklaring valsheid in geschrift en poging tot omkoping
Verdachte werd door het Gerechtshof te 's-Gravenhage veroordeeld wegens meermalen gepleegde valsheid in geschrift en poging tot omkoping van een ambtenaar tot een gevangenisstraf van vijftien maanden, waarvan drie maanden voorwaardelijk.
Namens verdachte werden vier cassatiemiddelen voorgesteld. Het eerste middel klaagde over overschrijding van de redelijke termijn zoals bedoeld in art. 6 EVRM Pro, met name in de cassatiefase. De Hoge Raad oordeelde dat tussen het instellen van het cassatieberoep en ontvangst van stukken meer dan tien maanden waren verstreken, wat te lang is. Daarom werd de strafoplegging vernietigd en verminderd.
De overige middelen faalden. Het Hof had terecht de zaak niet gevoegd behandeld met een andere zaak, en de bewezenverklaring omtrent valsheid in geschrift werd bevestigd. Het Hof had voldoende gemotiveerd dat het opnemen van een verkeerd adres in een garantverklaring wel degelijk valsheid in geschrift oplevert, omdat het adres een essentieel gegeven is.
De Hoge Raad concludeert dat het beroep voor het overige wordt verworpen, maar vernietigt de strafoplegging vanwege de termijnoverschrijding en vermindert de straf dienovereenkomstig.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de strafoplegging wegens overschrijding van de redelijke termijn en vermindert de opgelegde straf, terwijl de bewezenverklaring wordt bevestigd.