ECLI:NL:PHR:2001:AD7287
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt rechtmatigheid onteigening voor aanleg Hogesnelheidslijn en rijkswegverbreding
De Staat der Nederlanden heeft onteigening gevorderd van drie perceelsgedeelten voor de aanleg van de Hogesnelheidslijn-Zuid en de verbreding van rijksweg 16. Twee van de percelen waren eigendom van eiser 2 en belast met een zakelijk recht ten behoeve van een investeringsmaatschappij.
De Rechtbank heeft de onteigening uitgesproken en voorschotten op schadeloosstellingen vastgesteld, waarna partijen cassatieberoep instelden. De Hoge Raad heeft het beroep behandeld en geconcludeerd dat de onteigening rechtmatig is, onder meer omdat eiser 1 c.s. niet tijdig hun zienswijze over de noodzaak van onteigening naar voren hadden gebracht.
Ook het argument dat de Staat niet met Texaco mocht onderhandelen faalt, aangezien de onteigening niet ten behoeve van Texaco plaatsvindt maar voor een verzorgingsplaats die onder publieke taak valt. De Hoge Raad bevestigt dat de Staat voldoende serieus heeft onderhandeld en dat de beoordeling van nut en noodzaak aan het bestuur is overgelaten.
De conclusie van repliek van eiser 2 wordt niet als beknopte reactie beschouwd en wordt niet in aanmerking genomen. Het cassatieberoep wordt verworpen en het vonnis van de Rechtbank blijft in stand.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het vonnis tot onteigening blijft in stand.