ECLI:NL:PHR:2001:AD4933
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid tot verzoeken rangregeling bij buitenlandse floating charge gelijkgesteld aan Nederlands stil pandrecht
De zaak betreft de vraag of de rechthebbende op een naar Tanzaniaans recht gevestigde floating charge, die door de benoeming van een receiver is omgezet in een fixed charge, bevoegd is een rangregeling te verzoeken zoals bedoeld in art. 481 lid 1 Rv Pro. De Hoge Raad vernietigde eerder een beschikking die dit ontkende en verwees de zaak terug naar het Hof Amsterdam.
Het Hof oordeelde dat de floating charge naar Tanzaniaans recht functioneel gelijkgesteld kan worden aan het Nederlandse stille pandrecht. Dit betekent dat de rechthebbende op de floating charge, ondanks dat deze niet exact overeenkomt met het Nederlandse pandrecht, wel dezelfde bevoegdheden toekomen, waaronder het recht van parate executie via de receiver en de bevoegdheid om een rangregeling te verzoeken.
Sisal, de tegenpartij, voerde diverse bezwaren aan tegen deze assimilatie, waaronder dat de floating charge geen beperkt recht oplevert en dat het recht van parate executie niet aan NBC toekomt. De Hoge Raad verwierp deze klachten, stellende dat het Hof voldoende gemotiveerd heeft geoordeeld en dat de beoordeling van Tanzaniaans recht niet in cassatie kan worden getoetst.
De Hoge Raad benadrukte dat voor de toepassing van art. 480/481 Rv de functionele equivalentie en doelmatigheid centraal staan, niet een algemene vergelijking van alle juridische aspecten. Het principaal cassatieberoep van Sisal werd verworpen, en het voorwaardelijk incidenteel beroep van NBC behoeft geen behandeling.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat de rechthebbende op een buitenlandse floating charge bevoegd is een rangregeling te verzoeken als bij een Nederlands stil pandrecht.