ECLI:NL:PHR:2001:AD4804
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoogste rechter bevestigt persoonlijke aansprakelijkheid bestuurders bij niet-naleving Invorderingswet 1990
In deze zaak gaat het om de persoonlijke aansprakelijkheid van bestuurders van vennootschappen binnen de Juno-groep voor naheffingsaanslagen omzetbelasting over de periode 1988-1991. De Belastingdienst had naheffingsaanslagen opgelegd wegens bewust te veel vooraftrek en te weinig afgedragen omzetbelasting. De vennootschappen sloten betalingsregelingen, maar voldeden deze niet volledig. De ontvanger stelde de bestuurders hoofdelijk aansprakelijk op grond van art. 36 Invorderingswet Pro 1990 wegens niet-tijdige melding van betalingsonmacht en kennelijk onbehoorlijk bestuur.
De rechtbank wees de vordering af, maar het hof oordeelde dat de bestuurders aan brieven van de Belastingdienst van 26 juni 1991 het vertrouwen mochten ontlenen dat zij niet persoonlijk aansprakelijk zouden worden gesteld. De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak terug. De Hoge Raad stelt dat de brieven niet rechtvaardigen dat bestuurders niet aansprakelijk worden gesteld indien de vennootschappen hun belastingschulden niet voldoen.
De Hoge Raad benadrukt dat tijdige melding van betalingsonmacht essentieel is en dat bestuurders aansprakelijk kunnen zijn bij kennelijk onbehoorlijk bestuur, dat wil zeggen onverantwoordelijk handelen dat schuldeisers benadeelt. Het hof had onvoldoende gemotiveerd waarom het intern overboeken van gelden binnen het concern geen kennelijk onbehoorlijk bestuur zou zijn. De Hoge Raad bevestigt dat bestuurders ook aansprakelijk kunnen zijn op grond van onrechtmatige daad als verhaalsrechten van de fiscus worden gefrustreerd.
De procedure wordt verwezen naar het hof Amsterdam voor verdere beoordeling, met bewijsopdrachten aan de bestuurders om hun rol te verduidelijken. De Hoge Raad benadrukt de strenge norm voor kennelijk onbehoorlijk bestuur en de noodzaak van een zorgvuldige beoordeling van de feiten in het kader van de tweede misbruikwet.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest en verwijst de zaak terug voor verdere beoordeling van de aansprakelijkheid van bestuurders op grond van de Invorderingswet 1990.