ECLI:NL:PHR:2001:AD3942
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over recht op tegenbewijs bij pensioenregeling na echtscheiding
De zaak betreft een geschil tussen een man en Vitronic Holding B.V. enerzijds en een vrouw anderzijds over de juiste vaststelling van een weduwenpensioen na hun echtscheiding. De vrouw stelt dat het pensioen onjuist is vastgesteld op basis van een te lage pensioengrondslag en vordert schadevergoeding. De man en Vitronic ontkennen dat de pensioenregeling conform de pensioenbrief van 1973 is overeengekomen.
De Rechtbank wees de vordering af, maar het Hof vernietigde dit en oordeelde dat de pensioenregeling wel was overeengekomen en dat Vitronic onrechtmatig had gehandeld door de pensioengrondslag niet aan te passen. De man en Vitronic kwamen in cassatie tegen dit arrest.
De Hoge Raad oordeelt dat het Hof onjuist heeft geoordeeld door te eisen dat het tegenbewijs nader gespecificeerd moest worden. Tegenbewijs is vrij, tenzij wettelijk uitgesloten, en behoeft geen nadere specificatie van het bewijsthema. Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest van het Hof en verwijst de zaak naar een ander gerechtshof voor verdere behandeling en beslissing.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt arrest Hof wegens onjuiste eis tot specificatie van tegenbewijs en verwijst zaak terug.