ECLI:NL:PHR:2001:AB2741
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over matiging contractuele boete bij wanbetaling en disproportionaliteit
Deze zaak betreft een geschil over de matiging van een contractuele boete die Monda Recreatie BV aan [eiser] oplegde vanwege een te late betaling van ƒ 14.166,- vermeerderd met BTW. Na eerdere vernietiging door de Hoge Raad werd de zaak terugverwezen naar het hof 's-Gravenhage, dat opnieuw de boete bevestigde zonder deze te matigen.
[Eiser] voerde aan dat de boete disproportioneel hoog was ten opzichte van de wanprestatie en dat het hof onvoldoende had gemotiveerd waarom matiging achterwege bleef. De Hoge Raad oordeelt dat het hof niet adequaat heeft toegelicht waarom de hoge boete gerechtvaardigd is, zeker gezien de geringe wanprestatie en de onderlinge vorderingen die verrekening in de hand werkten.
De Hoge Raad benadrukt dat bij boetebedingen die een veelheid aan tekortkomingen bestrijken, matiging op grond van billijkheid in beginsel voor de hand ligt, tenzij een overtuigende motivering wordt gegeven. Het arrest wijst op het belang van een gedifferentieerde beoordeling van de ernst van tekortkomingen en de verhouding tussen boete en schade. De zaak wordt vernietigd en verwezen naar het Hof 's-Hertogenbosch voor verdere behandeling, met veroordeling van Monda in de kosten.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest en verwijst de zaak terug vanwege onvoldoende motivering omtrent de matiging van de boete.