ECLI:NL:PHR:2001:AB1747
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over schadeloosstelling bij onteigening en huurwaarde-objectivering
In deze zaak ging het om de vaststelling van de schadeloosstelling bij de vervroegde onteigening van een pand in 's-Gravenhage. De onteigening betrof een pand met een Turkse bakkerij op de begane grond en een bovenwoning, waarbij de eigendom verdeeld was over familieleden. De Rechtbank had de schadeloosstelling vastgesteld op basis van een huurwaardevariant, waarbij echter inconsequent werd gerekend met een economische huurwaarde voor de eigenarenvergoeding en een feitelijke, lage huurprijs voor de gebruikersvergoeding van de bovenwoning.
De Hoge Raad stelde vast dat de lage huurprijs voor de bovenwoning was gebaseerd op familierelaties en daarom onzakelijk was. De schadeloosstelling voor de huurster van de bovenwoning moest daarom worden geobjectiveerd naar de economische huurwaarde, conform het concrete schadebegrip, maar met redelijke correcties om onredelijke uitkomsten te voorkomen. Tevens werd bevestigd dat de schadeloosstelling voor de huurster van de bovenwoning toekomt aan de verhuurders ter doorbetaling.
Verder werd geoordeeld dat het voortgezette gebruik van het pand tot 1 mei 2000 door Medine Market, na een tijdige en bindende overeenkomst met de gemeente, als schadebeperkende omstandigheid moet worden meegewogen. De Hoge Raad vernietigde het bestreden vonnis voor zover de schadeloosstelling voor Medine Market te hoog was vastgesteld en stelde nieuwe bedragen vast, inclusief rente. Het incidentele cassatieberoep van Medine Market werd verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad stelt de schadeloosstelling vast op basis van de economische huurwaarde en bevestigt de vergoeding voor voortgezet gebruik tot 1 mei 2000.