ECLI:NL:PHR:2001:AB1559
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt nietigheid ontslag op staande voet wegens onjuiste informatie over verleden werknemer
De zaak betreft het ontslag op staande voet van [verweerder] door Bénetière Nederland B.V., nadat was gebleken dat hij bij zijn vorige werkgever, de NMB-Bank, was ontslagen wegens frauduleus handelen, hetgeen hij bij sollicitatiegesprekken had verzwegen. Bénetière stelde dat dit een dringende reden vormde voor ontslag op staande voet.
De kantonrechter en rechtbank oordeelden dat hoewel sprake was van onjuiste informatie, het ontslag niet rechtsgeldig was omdat de werknemer jarenlang goed had gefunctioneerd en het verzwijgen van het strafrechtelijk verleden geen voldoende dringende reden opleverde. De Hoge Raad bevestigt deze beoordeling en benadrukt dat een werkgever niet zomaar na het aangaan van een arbeidsovereenkomst mag vragen naar strafrechtelijk verleden, mede vanwege privacybescherming onder artikel 8 EVRM Pro.
De Hoge Raad stelt dat het vragen naar strafrechtelijke gegevens na indiensttreding in principe niet is toegestaan, tenzij er bijzondere omstandigheden zijn. In deze zaak ontbraken die, en het ontslag was gebaseerd op een onjuiste rechtsopvatting dat sprake was van een nieuw dienstverband. De conclusie is dat het ontslag op staande voet niet rechtsgeldig is gegeven en de cassatie wordt verworpen.
Uitkomst: Het ontslag op staande voet van [verweerder] is niet rechtsgeldig gegeven en wordt vernietigd.