ECLI:NL:PHR:2001:AB1202
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over aansprakelijkheid en ernstig verwijtbare bodemverontreiniging door Akzo Nobel Chemicals
Deze zaak betreft een geschil tussen Akzo Nobel Chemicals B.V. en de Staat der Nederlanden over de aansprakelijkheid voor bodemverontreiniging met het toxische middel hexachloorcyclohexaan (HCH) op het voormalige bedrijfsterrein van Stork, dat in 1954 aan Akzo werd verkocht.
De Staat vordert vergoeding van saneringskosten op grond van de Wet bodembescherming (Wbb), met name artikel 75 lid Pro 6, dat aansprakelijkheid ook mogelijk maakt indien niet aan het relativiteitsvereiste is voldaan, mits sprake is van ernstig verwijtbaar handelen. Akzo betwist aansprakelijkheid en stelt dat zij niet bekend was met de verontreiniging en dat de norm van zorgvuldigheid destijds niet bestond.
De rechtbank en het hof oordeelden dat Akzo onrechtmatig heeft gehandeld en dat zij ernstig verwijtbaar heeft nagelaten te voorkomen dat verontreinigde grond werd afgevoerd en gestort. Het hof stelde dat Akzo bekend was met de toxiciteit van HCH en dat zij zich had moeten realiseren dat haar terrein verontreinigd was. Akzo slaagde in het bewijs dat zij niet daadwerkelijk wist van de verontreiniging, maar het hof vond dit gebrek aan wetenschap niet verschoonbaar.
De Hoge Raad bespreekt uitvoerig de betekenis van 'ernstig verwijtbaar' en concludeert dat dit een gekwalificeerde schuldvorm betreft, hoger dan gewone schuld, en dat de wetsgeschiedenis en jurisprudentie dit ondersteunen. Tevens wordt benadrukt dat de beoordeling moet plaatsvinden naar de normen en inzichten van destijds. De Hoge Raad oordeelt dat het hof ten onrechte het vereiste van wetenschap omtrent de schadelijkheid van storting op of in de bodem heeft beperkt tot kennis van de giftigheid van stoffen in het algemeen, terwijl ook kennis van de schadelijke gevolgen voor bodem en milieu vereist is.
De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak terug voor hernieuwde beoordeling, waarbij onder meer aandacht moet worden besteed aan de mate van verwijtbaarheid, de kennis van Akzo en de omstandigheden van vergelijkbare bedrijven en beschikbare alternatieven.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt verwezen voor hernieuwde beoordeling over de aansprakelijkheid en ernstig verwijtbaarheid van Akzo.