ECLI:NL:PHR:2001:AA9766
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid belastingadviseur wegens niet wijzen op optierecht bij aandelentransactie
Deze zaak betreft de vraag of een belastingadviseur/accountant tekort is geschoten in haar zorgplicht jegens een cliënt, waardoor deze schade heeft geleden. De cliënt, voormalig aandeelhouder van Sana Sport B.V., had een optierecht op aandelen dat zij niet tijdig heeft uitgeoefend bij de verkoop van aandelen aan Asics Europa GmbH in 1991. De adviseur was betrokken bij de belastingaangiften van de cliënt en andere aandeelhouders en had ook een rol bij de aandelentransactie.
De rechtbank oordeelde dat de adviseur onrechtmatig had gehandeld door de cliënt niet te wijzen op het optierecht, vooral omdat conflicterende belangen bestonden. Beide partijen werden ieder voor de helft aansprakelijk gehouden voor de schade, aangezien ook de cliënt naliet het optierecht tijdig uit te oefenen. Het hof bevestigde dit oordeel en veroordeelde de adviseur tot schadevergoeding.
In cassatie werd onder meer betoogd dat de adviseur niet als belangenbehartiger van de cliënt optrad bij de transactie en dat de cliënt zelf verantwoordelijk was voor het niet uitoefenen van het optierecht. De Hoge Raad verwierp deze klachten en bevestigde dat de adviseur, gezien haar nauwe betrokkenheid en kennis van het optierecht, een waarschuwingsplicht had. De verdeling van de schade over partijen werd eveneens aanvaard, mede gelet op de billijkheidscorrectie. Het beroep werd verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de aansprakelijkheid van de adviseur voor de helft van de schade.