ECLI:NL:PHR:2001:AA9765
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Geen vergoeding uit ongerechtvaardigde verrijking bij vrijwillige beëindiging doktersapotheek door huisarts
In deze zaak vordert een voormalige apotheekhoudend huisarts vergoeding wegens ongerechtvaardigde verrijking omdat zijn doktersapotheek na zijn vrijwillige pensionering kosteloos overging naar een apotheker die zich in zijn verzorgingsgebied had gevestigd. De huisarts kon zijn apotheek niet overdragen aan zijn opvolger omdat deze geen vergunning kon verkrijgen.
De Hoge Raad bespreekt de wettelijke regeling van de geneesmiddelenvoorziening en de BACO-overeenkomst, die vergoedingen regelt bij overgang van doktersapotheken in specifieke situaties. In het Drentse geval (arrest 15 maart 1996) was sprake van een apotheker die de vergunning van de huisarts liet intrekken, waarna de apotheker de apotheek overnam tegen vergoeding. De huidige zaak verschilt omdat de huisarts vrijwillig zijn praktijk beëindigde en de BACO-overeenkomst geen vergoeding voorziet in zulke gevallen.
De Hoge Raad bevestigt dat de verrijking van de apotheker niet ongerechtvaardigd is omdat de overgang voortvloeit uit het eigen besluit van de huisarts en dat de huisarts rekening moest houden met het risico dat hij bij beëindiging van zijn praktijk geen vergoeding zou ontvangen. Het bewijsaanbod van de huisarts over de uitleg van de BACO-overeenkomst wordt gepasseerd omdat hij onvoldoende heeft gesteld dat de overeenkomst anders moet worden uitgelegd.
De vordering van de huisarts wordt daarom afgewezen. De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt het oordeel van het hof en de rechtbank dat geen vergoeding uit ongerechtvaardigde verrijking toekomt in deze situatie.
Uitkomst: De vordering tot vergoeding uit ongerechtvaardigde verrijking wordt afgewezen omdat de overgang van de doktersapotheek voortvloeit uit het vrijwillig neerleggen van de huisartsenpraktijk.