ECLI:NL:PHR:2000:AA8300
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt arrest wegens overschrijding redelijke termijn en onrechtmatige bewijsopnamen
In deze zaak werd verdachte veroordeeld door het Gerechtshof Amsterdam tot een gevangenisstraf van zeven jaren wegens meerdere feiten, waaronder medeplegen van verboden handelingen op grond van de Opiumwet en deelneming aan een criminele organisatie. Zowel verdachte als de procureur-generaal stelden cassatieberoep in bij de Hoge Raad. De Hoge Raad oordeelde dat de redelijke termijn tussen het instellen van cassatie en de ontvangst van het dossier bij de Hoge Raad was overschreden, wat strafvermindering rechtvaardigt.
Daarnaast behandelde de Hoge Raad de rechtmatigheid van het maken van video- en geluidsopnamen van ontmoetingen tussen infiltranten en verdachte zonder medeweten van alle betrokkenen. Het Hof had geoordeeld dat het maken van dergelijke opnamen ter bescherming van infiltranten niet onrechtmatig was, maar dat het vastleggen van deze opnamen ten behoeve van de bewijsvoering zonder voldoende wettelijke grondslag niet toelaatbaar was. De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en stelde dat deze opnamen niet als bewijs mogen worden gebruikt.
Verder werd besproken dat artikel 2 van Pro de Politiewet een wettelijke basis biedt voor het opnemen en simultaan bekijken van opnamen ter bescherming van infiltranten, maar niet voor het vastleggen van gesprekken voor strafvordering. De Hoge Raad benadrukte het belang van zorgvuldige toetsing van opsporingsmethoden door de rechter en de noodzaak van wettelijke waarborgen bij inbreuk op de persoonlijke levenssfeer.
De Hoge Raad vernietigde het arrest van het Hof alleen voor wat betreft de strafoplegging en stelde een lagere straf vast ter compensatie van de overschrijding van de redelijke termijn, met verwerping van de overige cassatieberoepen.
Uitkomst: Het arrest van het Hof wordt vernietigd voor de strafoplegging en een lagere straf wordt vastgesteld wegens overschrijding van de redelijke termijn; onrechtmatig verkregen opnamen worden uitgesloten van het bewijs.