ECLI:NL:PHR:2000:AA6529
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling machtiging voortgezet verblijf in psychiatrisch ziekenhuis bij schizofrenie en gevaarscriterium
De zaak betreft een verzoek tot machtiging voor voortgezet verblijf van betrokkene in een psychiatrisch ziekenhuis op grond van de Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen (Wet Bopz). Betrokkene lijdt aan schizofrenie, katatoon type, met een uitgebreide psychiatrische voorgeschiedenis en meerdere eerdere opnamen.
De rechtbank heeft na verhoor van betrokkene en behandelend arts de machtiging voor de duur van een jaar verleend. Betrokkene stelde cassatieberoep in tegen deze beschikking, stellende dat de motivering onvoldoende was, met name met betrekking tot de bereidheid tot vrijwillige behandeling, het gevaarscriterium en de termijn van de machtiging.
De Hoge Raad oordeelt dat de motivering in de beschikking zelf beperkt is, maar dat uit de overgelegde stukken en het proces-verbaal voldoende duidelijk is wat de rechtbank voor ogen had. De rechtbank heeft terecht geoordeeld dat het gevaarscriterium is voldaan vanwege het risico op decompensatie bij weigering van medicatie en dat de machtiging noodzakelijk is. Het verzoek om beperking van de machtiging tot zes maanden faalt, mede omdat dit punt ter zitting is besproken en afdoende is behandeld.
Het cassatieberoep wordt verworpen, waarmee de machtiging tot voortgezet verblijf voor een jaar in stand blijft.
Uitkomst: Cassatieberoep verworpen; machtiging tot voortgezet verblijf in psychiatrisch ziekenhuis voor een jaar blijft van kracht.