ECLI:NL:PHR:2000:AA6528
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Rechtsmiddelenverbod bij verlenging ontruimingstermijn in geliberaliseerde huurovereenkomst
De gemeente Hellevoetsluis verhuurde twee gedeelten van een loswal aan verzoekster 1, bestemd voor opslag en overslag van zand en grind. De gemeente zegde de huurovereenkomst per 1 januari 1999 op en sommeerde ontruiming. Verzoekster 1 en haar aandeelhoudster (verzoekster 2) dienden een verzoek in tot niet-ontvankelijkverklaring van de opzegging en subsidiar een verzoek tot verlenging van de ontruimingstermijn ex artikel 28d Huurwet.
De kantonrechter oordeelde dat de opzegging rechtsgeldig was en wees het verzoek tot verlenging af. De rechtbank verklaarde het hoger beroep van verzoeksters niet-ontvankelijk wegens het rechtsmiddelenverbod van artikel 28g lid 2 Huurwet. Verzoeksters stelden cassatie in tegen deze beslissing.
De Hoge Raad stelde vast dat het rechtsmiddelenverbod ziet op de beschikking over het verzoek tot verlenging van de ontruimingstermijn, maar niet op de rechtsgeldigheid van de beëindiging van de huurovereenkomst zelf. Hierdoor is cassatie tegen deze voorvraag ontvankelijk. De zaak werd verwezen naar de rechtbank Rotterdam voor verdere behandeling. Tevens werd het cassatieberoep van verzoekster 2 verworpen wegens gebrek aan belang.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verzoekster 1 wordt gegrond verklaard en de zaak wordt verwezen naar de rechtbank Rotterdam voor verdere behandeling.