ECLI:NL:PHR:2000:AA6508
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en verwijzing inzake parkeerbelasting naheffingsaanslag gemeente Alphen aan den Rijn
Belanghebbende, X, kreeg een naheffingsaanslag opgelegd voor het parkeren zonder betaling op 19 augustus 1995 in Alphen aan den Rijn. Zij maakte bezwaar, maar werd niet-ontvankelijk verklaard wegens termijnoverschrijding. Het Hof Den Haag bevestigde dit oordeel, waarna belanghebbende cassatie instelde bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad richt zich in zijn conclusie op de procesrechtelijke aspecten, met name de wijze van oplegging en bekendmaking van de aanslag, de termijn voor bezwaar en de behandeling door het Hof. De bekendmaking van het aanslagbiljet aan belanghebbende is onduidelijk: het biljet zou op 19 augustus 1995 onder de ruitenwisser van de auto zijn aangebracht, maar dit is niet vastgesteld en door belanghebbende betwist.
De Hoge Raad overweegt dat als het biljet niet op die datum bekend is gemaakt, de termijn voor bezwaar pas begint bij de toezending van een duplicaataanslagbiljet op 22 september 1995. Het bezwaarschrift dateert van 2 november 1995, maar de ontvangst door de gemeente is onduidelijk. Het Hof heeft deze kwesties onbeslist gelaten.
Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest van het Hof en verwijst de zaak naar een ander hof voor verdere behandeling, waarbij onder meer moet worden vastgesteld wanneer de aanslag bekend is gemaakt en of de termijnoverschrijding verschoonbaar is.
Uitkomst: Het arrest van het Hof wordt vernietigd en de zaak wordt verwezen naar een ander hof voor verdere behandeling.