ECLI:NL:PHR:2000:AA5318
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van inhaalhuurverhogingen en toepasselijkheid van de Huurprijzenwet woonruimte
Deze zaak betreft een geschil over inhaalhuurverhogingen voor de jaren 1993, 1994 en 1995 die de verhuurster aan de huurster heeft opgelegd vanwege verbeteringen aan het verwarmingssysteem van de gehuurde woonruimte. De huurster betwistte deze verhogingen en stelde dat de regeling in Bijlage III bij het Besluit Huurprijzen Woonruimte (BHW), waarop de verhogingen zijn gebaseerd, in strijd is met de Huurprijzenwet (Hpw).
De kantonrechter en de rechtbank verklaarden het beroep van de huurster ontvankelijk en oordeelden dat de minister op grond van artikel 15 Hpw Pro bevoegd was om in Bijlage III een regeling te treffen die inhaalhuurverhogingen mogelijk maakt, ook voor onderhoudsproblemen die zich over meerdere jaren uitstrekken. De rechtbank verwierp het betoog dat de regeling onverbindend zou zijn en bevestigde dat de huurverhogingen redelijk zijn.
De huurster ging in cassatie tegen deze uitspraak, stellende dat de Kantonrechter buiten het toepassingsgebied van de Hpw is getreden door toepassing te geven aan een niet-rechtsgeldige regeling. De Hoge Raad overwoog dat het appèl- en cassatieverbod van artikel 28 lid 3 Hpw Pro alleen doorbroken kan worden indien de rechter buiten het toepassingsgebied van de wet is getreden. Uit de jurisprudentie volgt dat een onjuiste toepassing van de wet niet leidt tot het buiten het toepassingsgebied treden. De Hoge Raad concludeerde dat ook als de regeling onverbindend zou zijn, dit niet betekent dat de rechter buiten het toepassingsgebied van de Hpw is getreden door die regeling toe te passen.
Daarom werd het cassatieberoep verworpen. Tevens werd het beroep van de huurster op onrechtmatige proceskostenveroordeling ongegrond verklaard omdat de zaken afzonderlijk moesten worden beoordeeld en er geen sprake was van voeging.
De uitspraak bevestigt de ruime bevoegdheid van de minister om nadere regels te stellen voor huurprijsaanpassingen en benadrukt de restrictieve uitleg van het appèlverbod in huurprijszaken.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de huurster wordt verworpen; de regeling voor inhaalhuurverhogingen in Bijlage III is binnen het toepassingsgebied van de Huurprijzenwet.