ECLI:NL:PHR:2000:AA4724
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad oordeelt over wijziging alimentatie na wijziging omstandigheden en vermogen vrouw
De zaak betreft een geschil over de alimentatie die de man aan de vrouw moet betalen na hun echtscheiding. Partijen waren overeengekomen dat de vrouw alimentatie zou ontvangen, met een regeling waarbij inkomen boven een drempel van ƒ 50.000 per jaar zou leiden tot vermindering van de alimentatie. De vrouw ontving een erfenis van ƒ 500.000 die zij in haar onderneming investeerde. De man verzocht om nihilstelling van de alimentatie, stellende dat de vrouw voldoende inkomen had.
Het hof stelde de alimentatie per 1 maart 1998 op nihil, vanwege de aanzienlijke omzetstijging en het vermogen van de vrouw, evenals haar hoge levensstandaard en aanschaf van een dure bedrijfsauto. De vrouw stelde dat de alimentatieovereenkomst niet gewijzigd hoefde te worden omdat haar inkomen onder de afgesproken drempel bleef. De Hoge Raad oordeelt dat het hof onvoldoende gemotiveerd heeft waarom de cijfers over 1998 niet relevant waren en dat het hof onvoldoende rekening hield met de feitelijke omstandigheden en de intentie van partijen.
De Hoge Raad benadrukt dat wijziging van alimentatieovereenkomsten terughoudend moet plaatsvinden en dat de rechter in beginsel moet aansluiten bij de afspraken tussen partijen, tenzij sprake is van een relevante wijziging van omstandigheden die niet was voorzien. De bestreden beschikking wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde beoordeling met inachtneming van deze maatstaven.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het hofarrest en verwijst de zaak terug voor hernieuwde beoordeling van de alimentatie met inachtneming van wettelijke maatstaven.