ECLI:NL:HR:1974:AC4375
Hoge Raad
- Rekestprocedure
- Wiarda
- Hollander
- Ras
- van der Linde
- Minkenhof
- Rechtspraak.nl
Herziening alimentatie na echtscheiding en geldigheid echtscheidingsconvenant
In deze zaak gaat het om een verzoek tot herziening van de alimentatie die een man aan zijn ex-echtgenote moet betalen na hun echtscheiding. Partijen hadden een echtscheidingsconvenant gesloten waarin zij afspraken over de hoogte van de alimentatie en de voorwaarden waaronder herziening mogelijk was. De man wilde de alimentatie verlagen wegens gewijzigde omstandigheden, waaronder werkloosheid.
De rechtbank had de alimentatie aangepast, maar het hof vernietigde deze beslissing en hield rekening met het convenant, waarbij het hof oordeelde dat het convenant onverkort geldig bleef, ondanks dat de man stelde dat het convenant was aangegaan met grove miskenning van wettelijke maatstaven en dat de vrouw misbruik had gemaakt van haar positie.
De Hoge Raad bevestigde dat partijen grote vrijheid hebben bij het sluiten van een echtscheidingsconvenant en dat alleen bij grove miskenning van wettelijke maatstaven het convenant kan worden gewijzigd. Het hof had terecht het convenant in stand gelaten en rekening gehouden met de strekking ervan bij de herziening van de alimentatie. De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de uitspraak van het hof.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het hofbesluit tot wijziging van de alimentatie met inachtneming van het convenant blijft in stand.