ECLI:NL:PHR:2000:AA4114
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over subrogatie bij onverplichte betaling ziektekostenverzekering en ziekenfondsvrijheid
In deze zaak vordert Nationale Nederlanden verhaal op verzekeraar Woudsend voor ziektekosten die zij aan een verzekerde, slachtoffer van een verkeersongeval, heeft vergoed. Centrale vraag is of subrogatie op grond van art. 284 Wetboek Pro van Koophandel ook geldt bij onverplichte betalingen.
De feiten betreffen een verkeersongeval in 1988 waarbij het slachtoffer als werknemer bij een bloembollenbedrijf betrokken was. Woudsend was de WAM-verzekeraar van het bedrijf. Nationale Nederlanden had de ziektekosten vergoed, maar stelde regres te kunnen nemen op Woudsend. Woudsend verweerde zich met het argument dat het slachtoffer als werknemer aanspraken had op het ziekenfonds en dat art. 83a en 83c Ziekenfondswet verhaal op de werkgever en mede-werknemer beperken.
De rechtbank en het hof oordeelden dat Nationale Nederlanden niet tot uitkering verplicht was op grond van polisvoorwaarden met een uitsluitingsclausule en dat subrogatie daarom niet mogelijk was. De Hoge Raad vernietigde dit oordeel en stelde dat de uitsluitingsclausule geldig is, ook gezien de ziekenfondsvrijheid, en dat subrogatie slechts mogelijk is bij verplichte betaling. Anticipatie op een wetsvoorstel dat subrogatie ook bij onverplichte betaling toestaat, werd afgewezen. De conclusie is dat Nationale Nederlanden geen regres kan nemen op Woudsend omdat zij niet verplicht was tot betaling.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het beroep en bevestigde dat subrogatie op grond van art. 284 K alleen mogelijk is bij verplichte betaling door de verzekeraar.