ECLI:NL:PHR:1997:AA2208
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad arrest over terugbetaling van kapitaal en fraus legis in inkomstenbelasting
De zaak betreft een geschil over de fiscale behandeling van een terugbetaling van kapitaal door een turbovennootschap (B.V. III) aan haar aandeelhouders, waaronder de belanghebbende. Na een aandelenfusie en het vormen van een fiscale eenheid tussen vennootschappen, keerde B.V. III in 1989 kapitaal terug. De belanghebbende zag dit als een onbelaste terugbetaling van kapitaal, terwijl de Inspecteur dit als een dividenduitkering kwalificeerde op grond van het leerstuk van wetsontduiking.
Het hof Arnhem accepteerde het standpunt van de Inspecteur deels, maar wees het af voor het oorspronkelijke kapitaal. De belanghebbende stelde in cassatie dat het oordeel van het hof niet voldoende gemotiveerd was en dat de terugbetaling niet in strijd was met doel en strekking van de Wet IB 1964. De Hoge Raad oordeelde dat het hof onvoldoende aanknopingspunten bood voor toepassing van fraus legis en dat het formele criterium van statutaire vermindering van het kapitaal leidend is voor onbelaste terugbetaling.
De wetsgeschiedenis en jurisprudentie tonen aan dat terugbetaling van kapitaal onbelast kan plaatsvinden indien deze gepaard gaat met een statutaire kapitaalvermindering, ook als de terugbetaling feitelijk uit nieuwe winsten plaatsvindt. De Hoge Raad vernietigde het arrest van het hof en de uitspraak van de Inspecteur en bepaalde dat de aanslag verminderd moet worden tot een belastbaar inkomen van ƒ 273.059,- met een belastingvrije som van ƒ 15.243,-.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en vermindert de aanslag tot een belastbaar inkomen van ƒ 273.059,- met een belastingvrije som van ƒ 15.243,-.