ECLI:NL:PHR:1997:AA2206
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Premieplicht Nederlandse volksverzekeringen voor in Nederland werkzame zelfstandige woonachtig in België
De zaak betreft een belanghebbende die in 1987 als zelfstandige een reisbureau dreef met werkzaamheden uitsluitend in Nederland, terwijl hij woonachtig was in België. Het geschil draait om de vraag of hij premieplichtig is voor de Nederlandse volksverzekeringen ondanks het ontbreken van het woonplaatsvereiste volgens de Nederlandse wet.
Het Hof van 's-Hertogenbosch heeft het geschil ten nadele van de belanghebbende beslecht, waarbij het woonplaatsvereiste werd gehanteerd. De belanghebbende stelde beroep in cassatie in tegen deze uitspraak. De kern van het geschil is de toepassing en uitleg van Verordening nr. 1408/71, die bepaalt welke nationale wetgeving van toepassing is op sociale verzekeringen binnen de EU.
De conclusie van de Procureur-Generaal bij de Hoge Raad is dat de Verordening een sterke werking heeft, waardoor het woonplaatsvereiste in de Nederlandse wetgeving buiten toepassing kan zijn voor zelfstandigen die uitsluitend in Nederland werkzaam zijn. Omdat het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen (HvJ EG) hierover nog geen eenduidig oordeel heeft gegeven, worden prejudiciële vragen gesteld om duidelijkheid te verkrijgen over de premieplicht en de toepassing van de Verordening in deze context.
Uitkomst: De Hoge Raad stelt prejudiciële vragen aan het HvJ EG en beslist niet over de premieplicht zonder diens oordeel.