ECLI:NL:PHR:1996:AD2522
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vaststelling rechtsgeldigheid beding van niet-wijziging alimentatie bij mondelinge overeenkomst
Deze zaak betreft de vraag of een mondeling overeengekomen beding van niet-wijziging van alimentatie, vastgelegd in een proces-verbaal en opgenomen in een rechterlijke beschikking, rechtsgeldig is zonder schriftelijke ondertekening door partijen zoals vereist in art. 1:159 lid 1 BW Pro.
De ex-echtgenoten waren overeengekomen om de alimentatie niet te wijzigen op grond van gewijzigde omstandigheden, maar deze afspraak was niet schriftelijk ondertekend. De rechtbank en het hof hadden geoordeeld dat het beding rechtsgeldig was omdat het in de beschikking was vastgelegd. De vrouw stelde cassatieberoep in en betoogde dat het vormvoorschrift niet was nageleefd.
De Hoge Raad bevestigt dat het schriftelijkheidsvereiste strikt moet worden toegepast ter bescherming van partijen en dat een rechterlijke uitspraak die verwijst naar een mondeling overeengekomen beding geen rechtsgeldigheid kan verschaffen aan een niet schriftelijk vastgelegd beding. Het vonnis vernietigt daarom de eerdere beschikking en verwijst de zaak terug voor inhoudelijke behandeling van het verzoek tot wijziging van alimentatie op grond van art. 1:401 BW Pro.
Uitkomst: Het beding van niet-wijziging is niet rechtsgeldig zonder schriftelijke ondertekening; de zaak wordt terugverwezen voor verdere behandeling.