ECLI:NL:PHR:1996:AA1813
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad arrest over aansprakelijkstelling inlener voor loonbelasting en verhoging
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een uitspraak van het gerechtshof te 's-Gravenhage inzake de aansprakelijkstelling van een inlener van arbeidskrachten voor loonbelasting over de jaren 1986-1988. De belanghebbende exploiteert een sloopbedrijf en werd hoofdelijk aansprakelijk gesteld voor een deel van de loonbelastingschuld van de firma die arbeidskrachten aan haar leverde. De Inspecteur had een naheffingsaanslag opgelegd met een verhoging van 100%, waarbij het anoniementarief van 40% werd toegepast wegens het ontbreken van gegevens van het personeel.
De belanghebbende betwistte aanvankelijk de aansprakelijkstelling, maar erkende later dat aan de voorwaarden voor aansprakelijkstelling was voldaan. Het Hof had de naheffingsaanslag en de verhoging verminderd. In cassatie werden meerdere middelen ingediend door beide partijen. De Hoge Raad bevestigde dat de burgerlijke rechter bevoegd is om te oordelen over de aansprakelijkheid van de inlener, terwijl de belastingrechter bevoegd is voor de omvang van de belastingschuld.
Verder werd vastgesteld dat de inlener ook bezwaar kan maken tegen de verhoging in de naheffingsaanslag, voor zover deze aan hem te wijten is. Het Hof's oordeel over het toepasselijke bruto uurloon werd als feitelijk en niet onbegrijpelijk beoordeeld. De Hoge Raad verwierp de cassatieberoepen en handhaafde het oordeel van het Hof.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp de cassatieberoepen en bevestigde de aansprakelijkstelling van de inlener voor loonbelasting en verhoging.