ECLI:NL:PHR:1996:AA1706
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en verwijzing inzake omzetbelasting bij niet-zuivering douanedocumenten
De belanghebbende, een opslagbedrijf en douane-expediteur, hield in 1990 een partij vlees onder douaneverband opgeslagen. Voor het vervoer van deze goederen werd een douanedocument T1 afgegeven, dat niet werd gezuiverd. De Inspecteur stelde daarom betaling van invoerrechten en omzetbelasting vast, wat door belanghebbende werd bestreden bij het Hof. Het Hof bevestigde de aanslag, waarna belanghebbende cassatie instelde bij de Hoge Raad.
De kern van het geschil betreft de vraag of omzetbelasting verschuldigd is bij niet-zuivering van het douanedocument, waarbij de goederen onder douaneverband blijven en niet in het vrije verkeer worden gebracht. De Hoge Raad bespreekt uitvoerig de relevante bepalingen uit de Wet op de Omzetbelasting 1968, de Algemene wet inzake douane en accijnzen (AWDA) en de Zesde richtlijn van de Europese Gemeenschap inzake omzetbelasting.
De Hoge Raad concludeert dat het Hof een onjuiste rechtsopvatting heeft gehanteerd door te oordelen dat de belanghebbende onvoldoende bewijs leverde dat de goederen Nederland hadden verlaten. Er is volgens de Hoge Raad ruimte voor andere bewijslevering dan genoemd in art. 130b lid 2 AWDA. Daarom wordt het arrest van het Hof vernietigd en de zaak verwezen naar een ander gerechtshof voor nader onderzoek en beslissing.
Uitkomst: Het arrest van het Hof Arnhem wordt vernietigd en de zaak wordt verwezen naar een ander gerechtshof voor nader onderzoek en beslissing.