ECLI:NL:PHR:1995:AA1616
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vermindering aanslag inkomstenbelasting wegens onjuiste toepassing omvangscriterium vakliteratuur
De belanghebbende, werkzaam als belastinginspecteur, had in zijn aangifte inkomstenbelasting 1991 aftrek gevraagd voor vakliteratuurkosten van ƒ 1.419,-. De inspecteur kende slechts ƒ 750,- toe, gebaseerd op een onderzoek naar gebruikelijke uitgaven bij werknemers in het hoger onderwijs. Het hof Arnhem bevestigde deze beperking, stellende dat belanghebbende niet had aangetoond dat hogere kosten gebruikelijk waren.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof het begrip 'gebruikelijk' onjuist uitsluitend kwantitatief heeft uitgelegd en dat de inspecteur de bewijslast en stelplicht ten onrechte niet volledig heeft vervuld, met name ten aanzien van de kwalitatieve kant van het omvangscriterium. De Hoge Raad verwijst naar de jurisprudentie over redelijkheid en gebruikelijkheid van kosten, waarbij ook persoonlijke omstandigheden en objectivering een rol spelen.
De uitspraak van het hof en de inspecteur worden vernietigd. De Hoge Raad vermindert de aanslag tot een belastbaar inkomen van ƒ 82.522,-. Hiermee wordt bevestigd dat kosten die redelijkerwijs en gebruikelijk zijn binnen de beroepsgroep aftrekbaar zijn, en dat de bewijslast bij de inspecteur ligt om het tegendeel aan te tonen.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest en vermindert de aanslag inkomstenbelasting 1991 vanwege onjuiste toepassing van het omvangscriterium en bewijslastverdeling.