ECLI:NL:PHR:1995:AA1527
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over heffing omzetbelasting op EG-subsidie voor droogloon groenvoederdrogerij
De zaak betreft een coöperatieve vereniging die groenvoederdrogerij exploiteert en voor rekening van derden droogloon ontvangt. De belanghebbende ontving een EG-subsidie gerelateerd aan het gedroogde voedergewas, die door de inspecteur als gedeeltelijke betaling voor de droogdiensten werd aangemerkt, wat leidde tot een naheffingsaanslag omzetbelasting.
De belanghebbende stelde beroep in cassatie in tegen het oordeel van het Hof dat de subsidie een prijssubsidie vormt die direct verband houdt met de prijs van de geleverde prestaties. De Hoge Raad bevestigde dat het directe verband tussen subsidie en prijs bepalend is voor de heffing van omzetbelasting, ongeacht het algemene belang van de subsidie.
De Hoge Raad verwierp klachten over ongelijke behandeling met andere lidstaten en het verschil tussen droogloon voor eigen rekening en voor derden. Ook werd geoordeeld dat de heffing niet in strijd is met het EG-landbouwbeleid, omdat deze de werking van de landbouwverordeningen niet verstoort. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en de naheffingsaanslag omzetbelasting bevestigd.