ECLI:NL:PHR:2001:AA9248
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad oordeelt over omzetbelastingheffing op exploitatie erotische massagesalon
De zaak betrof de vraag of de exploitant van een erotische massagesalon omzetbelasting verschuldigd is over de ontvangen bedragen, inclusief het deel dat aan de dames wordt doorbetaald. De belanghebbende exploiteert een salon waar massages worden gegeven, waaronder ook seksuele handelingen, en betoogde dat zijn diensten niet aan omzetbelasting onderworpen zouden moeten zijn omdat deze illegaal zouden zijn of gesplitst moesten worden in verschillende diensten.
De Hoge Raad overwoog dat de dienstverlening één enkele hoofddienst betreft, waarbij het gebruik van de kamer een bijkomende dienst is die dienstbaar is aan de massage. De kamerhuur is geen zelfstandige prestatie. Het Hof had terecht geoordeeld dat de belanghebbende de grote regisseur is en dat de dames niet zelfstandig opereren jegens de klant.
Verder werd overwogen dat de illegale aard van de dienst niet automatisch leidt tot vrijstelling van omzetbelasting. Jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen (HvJ EG) stelt dat het beginsel van fiscale neutraliteit zich verzet tegen een algemeen onderscheid tussen legale en illegale transacties, tenzij sprake is van goederen of diensten die vanwege hun intrinsiek schadelijke aard volledig verboden zijn en waarbij geen mededinging tussen legale en illegale sectoren bestaat.
De diensten van de belanghebbende vallen niet onder deze uitzonderingssituatie. Er is sprake van concurrentie met legale sectoren en de diensten zijn niet intrinsiek schadelijk zoals harddrugs of vals geld. Daarom is omzetbelasting verschuldigd. De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde het oordeel van het Hof.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat de exploitatie van de erotische massagesalon onder de heffing van omzetbelasting valt en verwerpt het cassatieberoep.