Conclusie
Onderdeel 1richt zich tegen de in r.o. 5.2 opgenomen zin:
onderdeel 2wordt de klacht naar voren gebracht dat het oordeel van het Hof opgenomen in r.o. 5.3
Onderdeel 3beoogt kennelijk erover te klagen dat het hof verzuimd heeft schadevergoeding toe te wijzen (en wel vergoeding van het geleden verlies en van de gederfde winst) op grond van de door de luchthavenmeester gedane toezeggingen, zulks gezien de inhoud van zijn functie en de hem gegeven bevoegdheden, en gezien de gevorderde staat van de onderhandelingen tussen partijen. Maar het onderdeel zoekt de grondslag van die schadevergoedingsplicht ("derhalve") hetzij hierin dat Felix erop mocht vertrouwen dat de luchthavenmeester bevoegd was (hetgeen blijkens het voorgaande onjuist is), hetzij hierin dat Aruba geen stappen heeft ondernomen om Felix te waarschuwen - maar dit laatste is door het hof juist meegewogen en heeft het college geleid tot zijn beslissing dat Aruba voor een deel van de door Felix geleden schade uit onrechtmatige daad aansprakelijk is.
Onderdeel 4faalt omdat het is gericht tegen een overweging ten overvloede (de slotzin van r.o. 5.4).
Onderdeel 5is gericht tegen de slotzin van r.o. 5.2, die zich niet zou verdragen met de eerdere constatering van het hof dat partijen over een
contracthebben onderhandeld. Het hof heeft echter bij dit laatste met "partijen" kennelijk gedoeld op Felix en de luchthavenmeester, zodat daarmee geenszins onverenigbaar is dat de minister van vervoer heeft verklaard dat hij niet van de onderhandelingen met Felix op de hoogte werd gehouden en dus ook niet in enig onderhandelingsresultaat heeft toegestemd.