Conclusie
De feiten.
Het geschil.
De privaatrechtelijke grondslag van de schadevergoeding.
met betrekking tot het recht'', 10e al., blz. 10).
Schadevergoedingen als loon.
De grond voor de onderhavige uitkering.
Conclusie.
Parket bij de Hoge Raad
De belanghebbende was werknemer bij een BV en raakte tijdens werkzaamheden volledig arbeidsongeschikt door een ongeval. De BV werd veroordeeld tot schadevergoeding, waarvan een deel werd uitgekeerd in 1975 en 1976. De kern van het geschil betrof de vraag of de uitkering van f 122.500,- belastbaar was als inkomsten uit dienstbetrekking.
De Hoge Raad analyseerde de privaatrechtelijke grondslag van de schadevergoeding en verwees naar eerdere jurisprudentie waarin werd vastgesteld dat vergoedingen die hun grond vinden in de dienstbetrekking als loon worden aangemerkt. Ook immateriële schadevergoedingen, indien zij voortkomen uit de relatie werkgever-werknemer en diens verplichtingen, vallen onder het begrip loon.
De Hoge Raad verwierp het verweer dat de schadevergoeding niet uitsluitend voortkwam uit de dienstbetrekking, maar uit een bredere onrechtmatige daad. Het hof had gemotiveerd geoordeeld dat de uitkering haar grond vond in de dienstbetrekking, waardoor deze terecht tot het belastbare inkomen werd gerekend. Het cassatieberoep werd verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat de schadevergoeding als loon uit dienstbetrekking belastbaar is en wijst het cassatieberoep af.