Conclusie
onderdeel a van het middel Igegrond te achten.
middel I, onder b, wordt gesteld, onduidelijk, en ook daarom niet naar de eis der wet met redenen omkleed.
middel IIniet tot cassatie leiden.
Parket bij de Hoge Raad
In deze zaak stond de vraag centraal of een koopovereenkomst vernietigd kon worden wegens dwaling en bedrog. Eiseres had de overeenkomst gesloten met verweerster, waarbij zij meende dat verweerster haar had misleid door het bestaan van een brief van het College van Burgemeester en Wethouders te verzwijgen. Deze brief waarschuwde dat de woning zou worden gevorderd indien niet binnen drie maanden een aanvaardbaar voorstel tot bewoning werd ingediend.
Het hof oordeelde dat eiseres zelf had moeten nagaan of zij vrij over de woning kon beschikken en dat het verzwijgen van de brief door verweerster niet als opzettelijke misleiding kon worden aangemerkt. De Hoge Raad stelde vast dat het hof onvoldoende had gemotiveerd waarom het enkel verzwijgen niet als bedrog werd gezien en dat het hof zijn arrest op dit punt niet naar de eis der wet had voorzien van voldoende redenen.
Desondanks bevestigde de Hoge Raad dat het ontstaan van de dwaling mede aan eiseres moet worden toegerekend omdat zij naliet zich tijdig te informeren. Hierdoor kon zij op die grond geen vernietiging van de overeenkomst vorderen. De Hoge Raad vernietigde het arrest voor zover het betrekking had op het bedrog en verwees de zaak terug naar een ander gerechtshof voor verdere behandeling. Verweerster werd veroordeeld in de kosten van de voorziening.
Uitkomst: De Hoge Raad wijst het beroep op dwaling af wegens eigen schuld van eiseres en vernietigt het arrest voor het bedrog, verwijzend naar een ander hof.