Conclusie
nietmet vrucht beroepen op het ontbreken van zodanige volmacht als ten processe vast zou staan:
Onderdeel avan het middel, zoals het is toegelicht, heeft derhalve geen feitelijke grondslag in het arrest voorzover het de klacht bevat dat onduidelijk is hoe en waarom het bevoegde orgaan van de Kerk, n.l. de Synode, tegenover [verweerder] de schijnvolmacht gewekt heeft.
onderdeel 2van het middel gegrond is.
onderdeel 3van het middel houd ik voor gegrond.
onderdeel 4aangetaste oordeel dat de Kerk geacht moet worden niet onkundig te zijn geweest van duur en ingrijpendheid der werkzaamheden is een louter feitelijk oordeel, hetwelk niet strijdig kan zijn met het recht. Dit oordeel kan bezwaarlijk worden gewraakt als strijdig met het recht. Op deze bedenking moet m.i. het onderdeel afstuiten. De Synode, alhoewel bekend met de duur en de aard dier werkzaamheden, kan echter zeer wel gemeend hebben dat zij zouden worden verricht tegen het door de Synode gevoteerde bedrag, aanvankelijk ƒ. 37.840,- en later ƒ. 58.100,-.