ECLI:NL:ORBBNAA:2004:BT7653
Raad van Beroep voor Belastingzaken (Nederlandse Antillen en Aruba)
- Eerste aanleg - meervoudig
- Van Gijn
- Groeneveld
- Overgaauw
- Rechtspraak.nl
Beoordeling aftrekbaarheid alimentatiebetalingen aan gewezen echtgenote voor inkomstenbelasting 1998 en 1999
Appellant maakte bezwaar tegen de aanslagen inkomstenbelasting over 1998 en 1999 vanwege het niet accepteren van de aftrek van door hem betaalde alimentatie aan zijn gewezen echtgenote. De Inspecteur stelde dat de gewezen echtgenote voldoende inkomen had en dat de betalingen vooral bedoeld waren om ongewenst gedrag te voorkomen, niet als levensonderhoud.
De Raad stelde vast dat een voorwaarde voor aftrekbaarheid is dat de welvaartsverhouding tussen ex-echtelieden zodanig is dat de welvarendste zich redelijkerwijs gedrongen kan voelen tot voorziening in het levensonderhoud van de ander op vergelijkbaar niveau als tijdens het huwelijk. Dit objectieve criterium werd niet gehaald omdat de betalingen voortvloeiden uit de overname van een autofinanciering en niet als levensonderhoud konden gelden.
Verder oordeelde de Raad dat het vertrouwensbeginsel appellant niet beschermt tegen correcties van de Inspecteur voor de jaren 1998 en 1999, omdat eerdere compromissen alleen betrekking hadden op de jaren 1993-1997. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van appellant tegen de afwijzing van de aftrek van alimentatiebetalingen voor 1998 en 1999 wordt ongegrond verklaard.