ECLI:NL:ORBAACM:2026:41

Raad van Beroep in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba

Datum uitspraak
10 juli 2026
Publicatiedatum
15 juli 2026
Zaaknummer
AUA2025H00315
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • M.E.B. de Haseth
  • A.H.M. van de Leur
  • J. Sybesma
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Landsverordening ambtenarenrechtspraak
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging opschuiving bevorderingsdatum wegens langdurige arbeidsongeschiktheid

In deze zaak staat centraal of de gouverneur terecht de ingangsdatum van de bevordering van appellant heeft vastgesteld op 1 juni 2023, waarbij de datum is verschoven vanwege langdurige arbeidsongeschiktheid. Appellant is bewakingsmedewerker en werd bevorderd naar schaal 5 met terugwerkende kracht vanaf 1 juni 2023. De gouverneur paste het 90 dagen-beleid toe, waarbij arbeidsongeschiktheidsdagen boven de 90 dagen leiden tot opschuiving van de bevorderingsdatum.

Het Gerecht in Ambtenarenzaken had het bezwaar van appellant tegen deze opschuiving ongegrond verklaard. Appellant voerde in hoger beroep aan dat het 90 dagen-beleid niet als interne gedragslijn maar als beleid moet worden aangemerkt en dat het niet schriftelijk is vastgelegd, waardoor het niet als geldige grondslag kan dienen.

De Raad van Beroep oordeelt dat het 90 dagen-beleid een vaste gedragslijn betreft en geen beleidsregel in juridische zin. De Raad verwijst naar eerdere uitspraken waarin is vastgesteld dat de inhoudelijke kwalificatie van de gedragslijn doorslaggevend is. Tevens acht de Raad het ziekteverzuimbeleid van het Land Aruba niet relevant voor het 90 dagen-beleid. De Raad concludeert dat de gouverneur bevoegd was de bevorderingsdatum te verschuiven en verklaart het hoger beroep ongegrond.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de opschuiving van de bevorderingsdatum naar 1 juni 2023 wordt bevestigd.

Uitspraak

Landsverordening ambtenarenrechtspraak (La)

Uitspraakdatum: 10 juli 2026
Zaaknummer: AUA2025H00315

RAAD VAN BEROEP

IN AMBTENARENZAKEN
ARUBA

Uitspraak

op het hoger beroep van:

[Appellant],

wonend in Aruba,
appellant, hierna: [appellant],
gemachtigde: mr. R.P. Lee, advocaat,
tegen de uitspraak van het Gerecht in Ambtenarenzaken van Aruba (Gerecht) van
30 juni 2025, AUA202400964 (aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
[Appellant]
en

De Gouverneur van Aruba,

geïntimeerde, hierna: de gouverneur,
gemachtigde: mr. V.M. Emerencia.

Procesverloop

[Appellant] heeft hoger beroep ingesteld en nadere stukken ingestuurd.
De gouverneur heeft een verweerschrift ingediend.
De Raad heeft het hoger beroep behandeld op de zitting van 8 mei 2026.
[Appellant] is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. De gouverneur heeft zich laten vertegenwoordigen door mrs. A.F.J. Caster en Y.F.M. Kaarsbaan.
De Raad heeft het onderzoek in de zaak ter zitting aangehouden en partijen in de gelegenheid gesteld schriftelijk te reageren op elkaars pleitnota’s en nadere stukken. Zowel [appellant] als de gouverneur hebben gereageerd. De Raad heeft het onderzoek in de zaak vervolgens gesloten en bepaald dat op 19 juni 2026 uitspraak wordt gedaan.

Overwegingen

Waar gaat de zaak over?
1. Net als bij het Gerecht gaat deze zaak over de vraag of de gouverneur de ingangsdatum van de bevordering van [appellant] terecht heeft vastgesteld op 1 juni 2023. De Raad beantwoordt deze vraag, ook net als het Gerecht, bevestigend. De Raad legt dat hieronder verder uit.
Wat ging er aan de zaak vooraf?
1.1.
Voor een weergave van de belangrijkste feiten in deze zaak, verwijst de Raad naar de aangevallen uitspraak, gepubliceerd onder nummer:
ECLI:NL:OGEAA:2025:208 (https://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAA:2025:208). De Raad volstaat hier met vermelding van het volgende.
1.2. [
[Appellant] is bewakingsmedewerker. De gouverneur heeft [appellant] met het landsbesluit van 1 februari 2024 met ingang van 1 juni 2023 bevorderd naar schaal 5 (bevorderingsbesluit). De gouverneur heeft aan dit besluit het volgende ten grondslag gelegd.
1.2.1.
De anciënniteitsperiode moet worden vastgesteld op de periode van 1 maart 2019 tot 1 maart 2023. In die periode was [appellant] op 160 dagen volledig arbeidsongeschikt. In verband daarmee wordt de bevorderingsdatum met (160-90=) 70 dagen verschoven van 1 maart 2023 naar 10 mei 2023. Om uitvoeringstechnische redenen is de definitieve bevorderingsdatum vastgesteld op 1 juni 2023.
Wat is het oordeel van het Gerecht?
2. Het Gerecht heeft het bezwaar van [appellant] tegen het opschuiven van de ingangsdatum van zijn bevordering ongegrond verklaard. Allereerst heeft het Gerecht overwogen dat de gouverneur de anciënniteitsperiode terecht heeft vastgesteld op de periode van 1 maart 2019 tot 1 maart 2023. Vervolgens heeft het Gerecht overwogen dat de gouverneur een vaste gedragslijn hanteert, de zogeheten 90 dagen-termijn oftewel het 90 dagen-beleid. Dit betekent dat bij een anciënniteitsperiode van vier jaar de ingangsdatum van de bevordering wordt verschoven met het aantal arbeidsongeschiktheidsdagen dat het aantal van 90 dagen overschrijdt. Het Gerecht acht dit beleid in algemene zin een redelijke invulling van de anciënniteitseis. De gouverneur heeft het 90 dagen-beleid juist toegepast in de situatie van [appellant] en zijn bevorderingsdatum mogen vaststellen op 1 juni 2023.
Wat heeft [appellant] aangevoerd tegen de uitspraak van het Gerecht?
3.1. [
Appellant] heeft in hoger beroep zijn standpunt herhaald dat de gouverneur niet bevoegd was de ingangsdatum van zijn bevordering met drie maanden op te schuiven. Net als in bezwaar voert hij daarvoor aan dat het 90 dagen-beleid niet als interne gedragslijn maar als beleid moet worden aangemerkt.
3.2. [
appellant] voelt zich in zijn standpunt gesteund daar de uitspraken van de Raad van 3 november 2025, ECLI:NL:ORBAACM:2025:24 tot en met ECLI:NL:ORBAACM:2025:26. Daarnaast heeft hij gewezen op de door hem overgelegde stukken die zien op het ziekteverzuimbeleid van het Land Aruba. Dit ziekteverzuimbeleid is gepubliceerd op het HR Portaal van het Departamento Recurso Humano (DRH) en is bekend gemaakt bij circulaire van 27 juni 2006 dan wel 9 augustus 2017.
3.3.
Omdat het 90 dagen-beleid niet schriftelijk is vastgelegd en gepubliceerd, voldoet het volgens [appellant] niet aan de vereisten die in juridische zin aan beleid worden gesteld. Het beleid is dan ook nooit in werking getreden zodat het niet bestaand beleid betreft. Dit kan geen grondslag vormen voor het opschuiven van zijn bevorderingsdatum.
Hoe luidt het verweer van de gouverneur?
4. De gouverneur stelt zich op het standpunt dat de opschuiving van de bevorderingsdatum is gebaseerd op een vaste gedragslijn en niet op beleid. Het bevorderingsbesluit is volgens de gouverneur in overstemming met de uitspraken van de Raad op dit punt.
Hoe oordeelt de Raad?
5.1.
De Raad heeft in de uitspraken van 27 maart 2026,
ECLI:NL:ORBAACM:2026:24 (https://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:ORBAACM:2026:24),
ECLI:NL:ORBAACM:2026:31 (https://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:ORBAACM:2026:31)en
ECLI:NL:ORBAACM:2026:33 (https://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:ORBAACM:2026:33)het volgende overwogen:
“5.1.3. Het enkele feit dat de gouverneur en ook de Raad in zijn uitspraken van 3 november 2025 spreken van “90-dagen beleid”, betekent niet dat daarmee gegeven is dat sprake is van een beleidsregel in juridische zin. Niet de gebruikte terminologie is doorslaggevend, maar de inhoudelijke kwalificatie van de gevolgde gedragslijn. Een vaste gedragslijn ontstaat door consistente besluitvorming in vergelijkbare gevallen, in het spraakgebruik ook wel aangeduid als ”beleid”.
5.1.4.
Ook het gegeven dat het voornemen bestaat het 90-dagen beleid aan de ministerraad voor te leggen, brengt niet mee dat sprake is van een beleidsregel in vorenbedoelde zin.”
5.2.
De Raad ziet geen aanleiding om in deze zaak anders te oordelen dan in de uitspraken van 27 maart 2026. Daarnaast is uit de door [appellant] overgelegde stukken over het door DRH gevoerde ziekteverzuimbeleid op te maken dat dit beleid concreet ziet op de te volgen procedure in geval van ziekte van ambtenaren, het voorkomen van ziekteverzuim, re-integratie en op problematisch ziekteverzuim. De Raad ziet niet in hoe dit ziekteverzuimbeleid het zogeheten 90 dagen-beleid raakt. Dit laatste ziet immers, kort gezegd, alleen op de mogelijke gevolgen van langdurig ziekteverzuim op de ingangsdatum van een bevordering.
5.3.
Dit betekent dat het betoog van [appellant], dat de gouverneur op grond van het zogeheten 90 dagen-beleid niet bevoegd was zijn bevorderingsdatum op te schuiven, niet slaagt.
5.4.
Omdat de feitelijke toepassing van het 90 dagen-beleid tussen partijen niet in geschil is, komt ook de Raad tot het oordeel dat de gouverneur de bevorderingsdatum van [appellant] heeft mogen verschuiven naar 1 juni 2023.

Conclusie

6. De slotsom is dat het hoger beroep niet slaagt. De Raad zal de aangevallen uitspraak bevestigen.
7. De Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling van proceskosten in hoger beroep.

Beslissing

De Raad van Beroep
bevestigtde aangevallen uitspraak.
Aldus gegeven door mr. M.E.B. de Haseth voorzitter, mr. A.H.M. van de Leur en mr. J. Sybesma leden, en in het openbaar uitgesproken op 10 juli 2026 in tegenwoordigheid van de griffier.