Uitspraak
RAAD VAN BEROEP
Op het hoger beroep van:
de Gouverneur van Aruba,
14 oktober 2019, AUA201901410 (aangevallen uitspraak), in het geding tussen:
[geïntimeerde],
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
bevestigtde aangevallen uitspraak.
Raad van Beroep in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Geïntimeerde, werkzaam als technisch medewerker timmeren bij de Dienst Openbare Werken, heeft zich schuldig gemaakt aan plichtsverzuim door op 29 mei 2018 een collega hard in het gezicht te slaan en op 8 november 2018 dezelfde collega te bedreigen en tegen diens dienstvoertuig te slaan.
Na deze incidenten is geïntimeerde tijdelijk elders geplaatst en uiteindelijk geschorst. Het Gerecht in Ambtenarenzaken legde een disciplinaire straf van voorwaardelijk ontslag op met een proeftijd van twee jaar, omdat onvoorwaardelijk ontslag als niet evenredig werd beschouwd gezien het lange dienstverband en eerdere onbestrafte staat.
Appellant, de Gouverneur van Aruba, stelde hoger beroep in en vorderde onvoorwaardelijk ontslag vanwege de ernst van het plichtsverzuim en de noodzaak tot bescherming van werknemers en overheidsgoederen.
De Raad oordeelt dat het bewezen plichtsverzuim ernstig is, maar dat onvoorwaardelijk ontslag niet evenredig is gezien de omstandigheden, waaronder het feit dat geïntimeerde nooit eerder is gestraft en het gedrag mede werd uitgelokt doordat de collega de werkplek betrad waar geïntimeerde was geplaatst.
De Raad bevestigt daarom het vonnis van het Gerecht en handhaaft het voorwaardelijk ontslag als passende maatregel.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en het voorwaardelijk ontslag wordt bevestigd als passende sanctie wegens ernstig plichtsverzuim.