Uitspraak
RAAD VAN BEROEP
[appellant],
6 april 2020, AUA201902361 (aangevallen uitspraak), in het geding tussen:
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
verklaarthet hoger beroep
niet-ontvankelijk.
Raad van Beroep in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Appellant heeft op 6 mei 2020 een pro forma beroepschrift ingediend tegen de uitspraak van het Gerecht in Ambtenarenzaken van Aruba van 6 april 2020, maar heeft nagelaten om de gronden van het beroep toe te voegen. De Raad heeft appellant bij brief van 28 september 2020 in de gelegenheid gesteld om binnen vier weken, uiterlijk 27 oktober 2020, een aanvullend beroepschrift met de gronden in te dienen.
Appellant heeft geen gebruik gemaakt van deze mogelijkheid en ook geen verzoek om uitstel ingediend. Op grond van artikel 106, eerste lid, van de Landsverordening ambtenarenzaken (La) heeft de Raad het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard. Er is geen aanleiding tot proceskostenveroordeling, omdat de voorzitter van de Raad appellant op het verzuim heeft gewezen en gelegenheid tot herstel heeft gegeven.
De beslissing is genomen door de Raad van Beroep in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, en is op 7 juli 2021 in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van beroepsgronden binnen de gestelde termijn.