ECLI:NL:OGHACMB:2026:148
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens ontbreken vergunning en termijnoverschrijding
Partijen, die eerder samenwoonden, zijn in geschil over de verdeling van de boedel, waaronder een erfpachtperceel met woning. De appellant stelde hoger beroep in tegen een tussenvonnis van het Gerecht in eerste aanleg van Aruba, waarin een comparitie van partijen was gelast.
De geïntimeerde voerde aan dat het hoger beroep niet-ontvankelijk is omdat appellant geen vergunning had gevraagd voor het tussentijds hoger beroep, zoals vereist door art. 263a lid 1 Rv, en bovendien de beroepstermijn had overschreden. Appellant betwistte dit en stelde dat het hoger beroep tijdig en ontvankelijk was.
Het Hof oordeelde dat de verkeerde naamsaanduiding geen beletsel vormde, maar dat het ontbreken van de vergunning en de termijnoverschrijding wel tot niet-ontvankelijkheid leiden. De jurisprudentie omtrent doorbrekingsgronden is niet van toepassing op de bevoegdheidsregeling van art. 263 en Pro 263a Rv. Het tussenvonnis is een zuivere tussenuitspraak, waarvoor tussentijds hoger beroep alleen met vergunning mogelijk is.
Het Hof verklaarde appellant niet-ontvankelijk en veroordeelde hem in de kosten van het hoger beroep. Appellant kan in de toekomst samen met het eindvonnis hoger beroep instellen tegen het tussenvonnis.
Uitkomst: Appellant is niet-ontvankelijk verklaard in zijn hoger beroep wegens het ontbreken van een vergunning en overschrijding van de beroepstermijn.