Uitspraak
1.Het verloop van de procedure
2.De feiten
3.De procedure bij het Gerecht
4.De beoordeling
margin of appreciationtoe.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
In deze zaak verzocht de geïntimeerde om wijziging van zijn voornamen en geslachtsaanduiding in de geboorteakte van vrouwelijk naar mannelijk. De voornamen waren reeds gewijzigd bij beschikking van 3 juni 2025. Het Gerecht in eerste aanleg had bij beschikking van 1 juli 2025 de wijziging van de geslachtsaanduiding gelast. De Ambtenaar van de Burgerlijke Stand (ABS) ging hiertegen in hoger beroep.
Het Hof bevestigde de beschikking van het Gerecht, maar op een andere rechtsgrond dan het Gerecht. Het Hof oordeelde dat artikel 1:24 BW Pro geen grondslag biedt voor wijziging van de geslachtsaanduiding bij transseksualiteit, verwijzend naar de jurisprudentie van de Hoge Raad. De Nederlandse regeling (artikel 1:28 e.v. BW) is niet van toepassing in Aruba vanwege het ontbreken van een wettelijke regeling en het ontbreken van toepassing van het concordantiebeginsel.
Het Hof stelde dat het recht op privéleven uit artikel 8 EVRM Pro een positieve verplichting inhoudt voor Aruba om transgender personen de mogelijkheid te bieden hun geslachtsaanduiding te wijzigen. Gelet op de overgelegde medische verklaringen en het medische traject van de geïntimeerde achtte het Hof het verzoek toewijsbaar. De bestreden beschikking werd bevestigd zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het Hof bevestigt de wijziging van de geslachtsaanduiding in de geboorteakte van vrouwelijk naar mannelijk op grond van artikel 8 EVRM.