Uitspraak
Sint Maarten,
1.Procesverloop
2.Feiten
95,370
3.Geschil in hoger beroep
4.Oordeel van het Gerecht
5.Beoordeling van het hoger beroep
6.Griffierecht en proceskosten
7.Beslissing
;
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Belanghebbende, een handelsonderneming in cosmetica en elektronica, kreeg een naheffingsaanslag winstbelasting 2013 opgelegd met een vergrijpboete vanwege ernstige gebreken in de administratie en het niet voeren van een sluitende kasadministratie. Het Gerecht in eerste aanleg had de aanslag verminderd, met een aangepaste winstcorrectie en boete.
In hoger beroep betwistte belanghebbende de omkering van de bewijslast en de hoogte van de correcties, onder meer met een rapport van een advieskantoor. Het Hof oordeelde dat de administratieplicht niet was nageleefd, waardoor de bewijslast terecht werd omgekeerd en verzwaard. De winstcorrectie werd bevestigd, maar met een redelijke aftrek van 60% voor kosten.
De vergrijpboete werd geacht passend vanwege het willens en wetens niet voeren van een controleerbare kasadministratie, maar werd gematigd tot 16% van de belastinggrondslag vanwege samenloop en overschrijding van de redelijke termijn. Het hoger beroep werd gegrond verklaard, de uitspraak van het Gerecht vernietigd voor zover de boete betreft, en de boete verminderd. De Inspecteur werd veroordeeld in proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: De naheffingsaanslag winstbelasting 2013 wordt bevestigd, de vergrijpboete verminderd tot 16%, en de Inspecteur veroordeeld in proceskosten en griffierecht.