Uitspraak
Sint Maarten,
1.Procesverloop
2.Feiten
2.2 Omschrijving bedrijf
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Belanghebbende, een handelsonderneming in cosmetica en elektronica, werd geconfronteerd met naheffingsaanslagen winstbelasting over 2013 en 2014, inclusief vergrijpboeten, wegens ernstige gebreken in haar administratie en het niet naleven van de administratie- en bewaarplichten.
Na een boekenonderzoek bleek onder meer dat er geen sluitende kasadministratie werd gevoerd, omzet op zondagen niet werd verantwoord en dat de brutowinstmarges sterk fluctueerden en lager waren dan eerder vastgesteld. Dit leidde tot omkering en verzwaring van de bewijslast, waardoor de Inspecteur de winst moest schatten. De rechtbank had de aanslagen verminderd door 55% van de omzet als kosten in mindering te brengen.
Belanghebbende voerde in hoger beroep aan dat de aanslagen onterecht waren en dat zij geen kopieën van de aanslagen had ontvangen. Het Hof verwierp deze bezwaren, oordeelde dat de schatting van de winst redelijk was en dat belanghebbende onvoldoende tegenbewijs had geleverd. Tevens werd bevestigd dat de vergrijpboeten van 25% passend waren, mede omdat sprake was van opzet of voorwaardelijk opzet.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van het Gerecht bevestigd. De Inspecteur werd niet in de proceskosten veroordeeld en het door belanghebbende betaalde griffierecht werd niet vergoed.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de naheffingsaanslagen en vergrijpboeten worden bevestigd.