Uitspraak
1.Het onderzoek van de zaak
2.De feiten
3.De standpunten
4.Het wettelijk kader
5.De beoordeling
6.De beslissing
[verdachte]voor een termijn van zeven (7) dagen,
met onmiddellijke ingang;
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
De zaak betreft een hoger beroep tegen de afwijzing van de vordering tot verlenging van de inbewaringstelling van verdachte, die werd afgewezen door de rechter-commissaris vanwege overschrijding van de maximale verblijfsduur in een politiecel. Sinds 1 april 2024 geldt in Aruba een nieuw Wetboek van Strafvordering waarin is bepaald dat na maximaal zes dagen inverzekeringstelling de voorlopige hechtenis in een Huis van Bewaring dient plaats te vinden. Verdachte verbleef echter twaalf dagen in een politiecel, wat een ernstige normschending oplevert.
Het Hof weegt het persoonlijke belang van verdachte, die te lang in een politiecel verbleef, af tegen het strafvorderlijk belang bij voortduring van de voorlopige hechtenis. Gezien de ernst van het feit – invoer en bezit van een grote hoeveelheid marihuana – en het herhalingsgevaar, oordeelt het Hof dat het strafvorderlijk belang zwaarder weegt. Verdachte verscheen niet ter zitting, waardoor weinig persoonlijke informatie beschikbaar was.
Het Hof verklaart het beroep gegrond, vernietigt de beschikking van de rechter-commissaris en beveelt de verlenging van de voorlopige hechtenis voor zeven dagen, die dient te worden ondergaan in het Korrektie Instituut Aruba. De normschending leidt niet tot schorsing van de voorlopige hechtenis in deze zaak.
Uitkomst: Het Hof beveelt verlenging van de voorlopige hechtenis ondanks de overschrijding van de maximale verblijfsduur in een politiecel.