Uitspraak
[APPELLANT 1],
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Deze zaak betreft een geschil over het beheer en de verhuur van gronden van plantage Gato te Curaçao. In 2020 werd de Stichting Afwikkeling Nalatenschappen (SAN) door het Gerecht aangewezen als onafhankelijke bewindvoerder van de plantage, waarbij alleen zij bevoegd is tot het innen van huurgelden en het beheren van de gronden. [Appellanten], waaronder [appellant 1], verhuurden desalniettemin percelen zonder toestemming van SAN.
In kort geding vorderde SAN een verbod op deze rechtshandelingen en betaling van achterstallige huurgelden. Het Gerecht wees de vorderingen van SAN grotendeels toe en verbood [appellanten] om zonder toestemming van SAN gronden te verhuren. [Appellanten] gingen in hoger beroep tegen dit vonnis, stellende dat zij wel bevoegd waren tot verhuur.
Het Hof overweegt dat de uitspraak van 20 april 2020, die SAN als bewindvoerder aanstelde, in kracht van gewijsde is gegaan en bindend is voor het kort geding. De grieven van [appellanten] falen omdat zij niet afdoen aan deze rechtspositie. Ook de vorderingen van [appellanten] tot het verbieden van vermeende onrechtmatige hinder door SAN worden afgewezen. Het verzoek van SAN om een derde partij als partij toe te voegen wordt om proceseconomische redenen afgewezen.
Het Hof bevestigt het vonnis van het Gerecht en veroordeelt [appellanten] in de proceskosten van het principaal hoger beroep, terwijl SAN in de kosten van het incidenteel hoger beroep wordt veroordeeld. Hiermee wordt de exclusieve bevoegdheid van SAN als bewindvoerder van plantage Gato bevestigd en wordt verhuur door derden zonder toestemming van SAN verboden.
Uitkomst: Het Hof bevestigt het vonnis dat SAN als bewindvoerder exclusief bevoegd is tot beheer en verhuur van plantage Gato en verbiedt verhuur door [appellanten] zonder toestemming.